gepubliceerd door Jac.Toes in
EIGEN - WINTER 2008 - HET ARNHEMSE CITY MAGAZINE
 

Jac. Toes heeft jarenlang aan Kempo gedaan totdat de betekenis van Si Fu Meijers’ befaamde uitspraak tot hem doordrong: een vermeden gevecht is gewonnen gevecht. Rent zich daarom tegenwoordig het leplazerus in de bossen bij Arnhem. Daarnaast is hij auteur o.a. van misdaadromans. Zijn laatste heet "Kunst zonder genade".

 

 

Zandkorrel
u kunt ook het artikel lezen op de website van Jac. Toes klik hier
 
Onlangs zag ik in een special van de Boeddhistische Omroep de merkwaardigste Arnhemmer die ik ooit heb ontmoet. Ik leerde hem kennen onder de naam Si Fu Meijers, maar tegenwoordig bleek hij als prins Ganjuuryn Dschero Khan door het leven te gaan.
 

In zijn geboorteland Mongolië werd namelijk ontdekt dat hij een rechtstreekse afstammeling van de wereldveroveraar Djengis Kahn is. Oudere Chinezen herinneren zich nog wel zijn schuilnaam, Chen Tao Tze. Die gebruikte hij toen hij als peuter met een Taoïstische monnik uit Mongolië vluchtte omdat de toenmalige regering in zijn familie een bedreiging van haar macht zag. Via Sjanghai kwam hij terecht in Nederlands-Indië waar een Nederlandse KNIL-militair hem adopteerde. Bij de burgerlijke stand werd hij daarom ingeschreven als Gerard Karel Meijers. Misschien wat gewoontjes, maar de bijnamen die hij later kreeg, liegen er weer niet om: de Onoverwinnelijke, of: de Tijger van Taiwan. ‘Ik ben slechts een zandkorrel in de woestijn,’ luidde zijn lijfspreuk, maar wel een zandkorrel die niet opkeek van een zandstorm meer of minder. Zijn levensloop was al net zo schilderachtig als zijn namen. Hij vocht in vier oorlogen: tegen de Japanners in WOII, tijdens de politionele acties tegen de Indonesische vrijheidsstrijders, met de Nederlandse troepen tegen Noord-Korea en ten slotte aan de zijde van de Amerikanen in Vietnam. Si Fu moet tegen tachtig lopen, maar hij straalt nog steeds die leeftijdloze kracht uit die een geboren krijger van hem maakt. In de Boeddhistische uitzending was hij wel wat milder geworden, getuige uitspraken als: ‘Achter elk kwaad schuilt het goede en achter al het goede staat ook het kwaad.’
 
In 1972 meldde ik me bij hem in een impuls om mij weerbaarder te maken, na een akkevietje met vetkuiven die de pest hadden aan hippies en lang haar. Volgens een Duitse biograaf had Si Fu toen al 200 tegenstanders in zogeheten nabijgevechten gedood. Maar daar had ik geen weet van, en anders had ik het ook niet geloofd. Althans, op dat moment. Wel was me bekend dat hij op handen en voeten van Velp naar Bronbeek was gekropen om de wereldvrede de helpende hand toe te steken. In Arnhem was hij neergestreken om o.a. het pooierdom onschadelijk te maken. In die tijd woedde een felle strijd om de hegemonie over het Spijkerkwartier. Regelmatig beschoten de heren gangsters elkaar met jachtgeweren, dekking zoekend achter de geparkeerde auto’s.

Hun werkneemsters zaten toen nog verspreid over de hele wijk achter de ramen, van de Boulevard tot de Steenstraat en van de singels tot de spoorlijn. Een behoorlijk stukje stad waar het wel loonde om er de ongekroonde koning te zijn. Si Fu’s antwoord op dat geweld: een Kempo vechtsportschool waar hij de strijdende partijen les gaf in agressiebeheersing en respect voor de tegenstander. Het moet gezegd: hij had daar ook het gezag voor want hij was een meester in vele wapens. Ooit stonden we braaf in de dojo onze kumite’s te oefenen, toen plotseling de shuriken ons als cirkelzaagjes om de oren vlogen. Stalen stervormige werpwapens die als cirkelzaagjes door de lucht flitsten. ‘Ja, jongens, met Kempo houd je geen kogels tegen!’ grijnsde Si Fu naar onze verbouwereerde gezichten, gevolgd door zijn standaardbezwering: ‘Een vermeden gevecht is een gewonnen gevecht!’
 
Die wijsheid gold even niet toen in 1969 Het Vrije Volk - de voorloper van De Gelderlander - een badinerend artikel publiceerde over Si Fu’s capaciteit om met de blote vuist bakstenen doormidden te slaan. Si Fu pikte dat niet en eiste rectificatie. Dat weigerde de hoofdredacteur: onafhankelijke journalistiek stond nog hoog in het vaandel. Si Fu bedacht een gepaste tegenactie. Hij huurde een bulldozer bij bouwbedrijf Heijting en reed naar het Gele Rijdersplein. Daar nam hij de aanvalspositie in, gaf gas en denderde dwars door de voorpui de krant binnen. Halverwege de hal kwam hij tot stilstand. De aanwezige journalisten vluchtten alle kanten op. Si Fu stapte uit, bekeek de aangerichte verwoestingen en zal ongetwijfeld hebben geconstateerd dat hij daarvoor met de blote vuist meer tijd had nodig gehad. Voor deze unieke lezersreactie is hij nog tot een gevangenisstrafje veroordeeld, maar niemand heeft ooit de moeite genomen om hem die te laten uitzitten. Als verzoeningsgebaar heeft hij tijdens een officiële bijeenkomst de redactie een eigen gemaakt kunstwerk cadeau gedaan. Kwam er toch iets goeds achter de kwaadheid te voorschijn.
 
Jac.Toes - januari 2008


 

 

 
terug naar de hoofdpagina van Classical Martial Arts Academy SE-FI   www.sefi.nl